Liefde in tijden van corona

geplaatst in: Uitgelicht | 0

Begrijpen wat corona psychisch met mensen doet

“Het schuldgevoel knaagt. Vrienden gaan gewoon weer naar de zondagse samenkomsten, maar ik niet. Nu vragen ze telkens wanneer ik weer kom, maar ik wil nog niet.”

“Wat moeten we doen met al die mensen die nauwelijks meer naar de kerk  komen? Straks raken we alle jongere mensen kwijt.”

“Ik vind de vrijheid op zondag zo zonder kerkdienst wel aangenaam. Ik kan de preek prima online volgen en vraag me daardoor af wat de kerkgang eigenlijk nog toe te voegen heeft.”

Zo maar wat reacties op de gevolgen van de coronacrisis. Om te begrijpen wat deze crisis psychisch met mensen doet, is het belangrijk om na te gaan wat de bron van heftige emoties en reacties is. Corona, of welke ramp dan ook, raakt mensen doordat ze de controle kwijt zijn. Verlies van controle leidt tot heftige reacties en een beperkt perspectief. “Daarop trok Simon Petrus het zwaard dat hij bij zich had, haalde uit naar de slaaf van de hogepriester en sloeg hem zijn rechteroor af” (Joh. 18:10). Een mens kan rare dingen doen als hij in het nauw zit. Dat komt doordat onder het verlies van controle een bubbelende bron van angst ligt.

Wat je niet ziet: angst

Angst is een nuttige en beschermende emotie. We zijn bang voor dingen of mensen die ons bedreigen. Iemand met chronische astma zal waarschijnlijk niet naar de kerk gaan, omdat bekend is dat corona juist op de longen slaat. Voor diegene is angst van levensbelang en van daaruit maakt hij of zij de keuze zichzelf te beschermen. Voor de meeste mensen lijkt corona minder levensbedreigend te zijn geworden en daarom neemt de noodzaak van bescherming af. Vervolgens worden ze geconfronteerd met een nieuwe bedreiging, namelijk die van een controlerende overheid of kerkenraad
die hun de vrijheden ontneemt. Dan ervaren ze opnieuw angst door gebrek aan controle en vertonen ze opnieuw reacties vanuit angst. De vraag is of die angst nog steeds nuttig en gezond is, maar hij is zeker wel realiteit voor degene die hem ervaart.

De kinderen willen weer graag hun vrienden ontmoeten en spreken daarom af met een groep. De vader is hier faliekant op tegen. “Dit zijn de regels en jullie moeten je daaraan houden.” De moeder begrijpt de kinderen wel en zegt tegen haar man dat het helemaal niet zo erg is.

Een aantal mensen wil heel graag weer zingen in de kerk, omdat dat een van de belangrijkste redenen is waarom ze naar de kerk gaan. De kerkenraad wil het niet hebben. Het is tegen de regels. “Wat heb ik nog te zoeken in de kerk als ik niet mag zingen en geen koffie mag drinken?”

Hier gaat het over boze, teleurgestelde of enigszins gestreste mensen, geen mensen die angstig lijken te zijn. En toch is het angst wat hen drijft tot boosheid of stress. Als we spanning ervaren, is de vraag wat ervoor zorgt dat we die spanning ervaren. Wat maakt dat we geïrriteerd raken, wat maakt dat we de ontspanning kwijt zijn? De onderliggende oorzaak is niet altijd direct zichtbaar en vraagt om verdere analyse.
Bij een kind is angst vaak goed te herkennen. Bij volwassenen veel minder. Wij hebben in de loop van de tijd leren omgaan met de angst, zodat die aan de buitenkant minder zichtbaar is. Soms hebben we dat zo goed geleerd, dat we hem zelf ook niet meer herkennen als angst. We zijn blind geworden voor onze eigen emotionele toestand. Het gevolg kan zijn dat we onszelf ook niet langer op een gezonde manier beschermen, maar anderen met onze heftige emoties om de oren gaan slaan. Dit is een (ongezonde) vorm van zelfbescherming geworden. Zolang we vanuit die heftige emoties reageren, hoeven we onze eigen angst niet onder ogen te komen en er niet mee om te gaan. Stel, de vader zou zeggen: “Het geeft mij stress als jullie in een grote groep zijn, want ik ben bang dat hier iemand ziek wordt. Zou je met maximaal vijf mensen willen afspreken?” Dan kunnen ze overleggen en uitzoeken wat hem het beste zou helpen. Stel, de kerkenraad zou zeggen: “We zijn bang dat we een boete krijgen als we ons niet aan de regels houden. Dit zijn de regels en tegelijkertijd is het jullie (en ook ons!) verlangen samen te zingen en koffie te drinken. Hoe kunnen we jullie tegemoetkomen? Wat zijn de alternatieven?” En dan kunnen ze samen creatief worden. Uiteindelijk gaat iedere angst, ook de kleine stressmomenten, over verlating en dood. Als we de kracht van angst serieus nemen (ook als we hem niet begrijpen), kunnen we angst accepteren als deel van
onze realiteit en ermee leren leven.

Gedrag vanuit angst

Zoals gezegd, is aan de buitenkant vaak moeilijk te zien dat heftige reacties gevoed worden door angst. De functie van de heftige reactie is het terugkrijgen van controle.

Kerkenraad: “Als we met meer mensen in de kerk willen samenkomen, is het dragen van een mondkapje verplicht”. Meneer en mevrouw X komen wel naar de kerk, maar weigeren een mondkapje te dragen. Daarmee creëren ze een probleem voor degene die toezicht houdt. Ze hebben nu controle over de situatie, omdat zij bepalen waar de aandacht heen gaat, namelijk naar hun probleem.

Dit verlangen naar hernieuwde controle is met enige regelmaat zo sterk dat we onze toevlucht nemen tot (emotionele) manipulatie. Niet bewust of met voorbedachten rade, maar uit machteloosheid. Een psychologisch model dat dit helder maakt, is de dramadriehoek (een uitgebreide beschrijving staat in mijn boek Vrij en moedig leven met God). Mensen kunnen in de rol van redder, aanklager of slachtoffer schieten om controle terug te krijgen. De gezonde en verbindende vorm om controle te vinden, is in de rol van volwassene, buiten de dramadriehoek. De volwassen rol heeft als uitgangspunt
‘ik ben oké’ en ‘jij bent oké’, wat we ook doen of zeggen. Jezus heeft ons vrijgekocht en daarom mogen we zijn wie we zijn. Onvoorwaardelijke liefde van God.

Slachtoffer

De praktijk is vaak anders. We schieten met enige regelmaat in de rol van redder, aanklager of slachtoffer, meestal in een dans met de ander. We doen bijvoorbeeld als slachtoffer een beroep op de ander als redder. De indirecte boodschap is dan ‘help, ik voel me rot en ik weet het niet meer’. Dat betekent niet dat we de hulp van de redder accepteren, want dat betekent dat we de realiteit van onze eigen angst onder ogen moeten komen en dat verdragen we niet. Maar we krijgen zo wel aandacht, we geven onszelf het gevoel dat we controle over de situatie hebben, zolang die ander maar in onze buurt blijft.

“Mensen moeten rekening houden met mij.” “Prima, hoe kunnen we voor je zorgen?” “Dat gaat toch niet werken. Uiteindelijk gaat iedereen weer zijn eigen gang.”

Aanklager

Of de indirecte boodschap is ‘ik word benadeeld en dat is de schuld van iets of iemand anders’ en door die ander aan te klagen, voelen we ons weer iets beter. Alsof we weer wat controle hebben teruggekregen. Dat is niet zo, maar dit quasicontrolegevoel heeft alleen als functie de realiteit van de angst niet te hoeven ervaren.

“Wij moeten ons aanpassen omdat een paar mensen zo bang zijn.” “Ik kan me voorstellen dat je dat vervelend vindt. Wat zou je dan liever willen?” (Vraag dit alleen als je oprecht geïnteresseerd bent en bereid bent alternatieven uit te proberen.)

“Laten ze zich niet zo aanstellen. Ze verpesten het voor iedereen.” “Oké (of ‘ik kan me voorstellen dat …’), wat zou je dan willen?”

“We doen weer wat we altijd deden en anders stap ik uit de kerkenraad.” “En hoe wil je dan omgaan met de mensen die bang zijn?”

Als we buiten de dramadriehoek blijven, kunnen we mensen als volwassenen benaderen en hun eigen denkvermogen activeren. Op voorwaarde dat we bereid zijn hun ideeën serieus te nemen en te willen uitproberen.

Redder

Dan is er nog de rol van redder. Als redder voelen we ons verantwoordelijk voor anderen en willen we de ander redden. We hebben een slachtoffer nodig om ons oké te voelen. Redders zijn mensen die in de bres springen voor de zwakke en met veel emotie opkomen voor de mensen in de marge. De indirecte boodschap hier is ‘ik voel me rot als het niet goed gaat met anderen en ik hen niet kan helpen’. Als er dan in de kerk bijvoorbeeld gekozen wordt om de kerkdienst coronaproof toegankelijk te maken voor gezinnen, waardoor ouderen thuis moeten blijven, dan worden de redders boos (en dus aanklagers). ‘Wij zijn verantwoordelijk voor hen en als we die verantwoordelijkheid niet nemen, falen we.’ Opnieuw angst voor afwijzing door anderen, zichzelf en God. Dit redderssyndroom komt vaak voor bij mensen met zorgende beroepen en het is dus verstandig als we het bij onszelf herkennen. “Wees daarom niet al te rechtvaardig en meet jezelf geen overdreven wijsheid aan. Waarom zou je jezelf te gronde richten?”, zei Salomo al in Prediker 7:16.

Keuzes en gevolgen

Door het herkennen en erkennen van angst als realiteit ontstaan er meer ontspanning en ruimte om keuzes te maken. Als we een keuze maken, heeft dat gevolgen. De gevolgen kunnen weer nieuwe angst en spanning opleveren, waardoor we terug kunnen schieten in oude patronen. Het is dus handig om van tevoren de mogelijke gevolgen op een rij te zetten en ons af te vragen of we bereid zijn die gevolgen en bijbehorende spanning te accepteren.

Als we bijvoorbeeld kiezen voor diensten met alleen jonge mensen, kunnen oudere mensen ontevreden worden. Als we kiezen voor het organiseren van coronaproof diensten met actieve inschrijving, kunnen we mensen kwijtraken die toch al niet zo betrokken waren. Willen we met die gevolgen leven? Of willen we dan liever de keuzes opnieuw bekijken? Zijn we bereid boosheid te accepteren of
onverschilligheid? En zo ja, hoe gaan we daar dan verstandig en warm mee om? Mensen blijven uiteindelijk verantwoordelijk voor hun eigen gedrag. Ook als dat gedrag voortkomt uit angst. Ook als ze dat inzicht helemaal niet (willen) hebben. We mogen vanuit Gods liefde naast mensen staan en hen helpen als zij dat willen. Dus als iemand dreigt de kerk te verlaten als de kerkenraad bij zijn keuze blijft, dan is dat de verantwoordelijkheid van degene die dreigt. Kennelijk is deze persoon zo bang dat hij of zij iets kwijtraakt of niet gehoord wordt, dat hij of zij gaat dreigen. Erkenning van de emotie bij de ander en begrip voor de achtergrond van de persoon hoeven nog niet te leiden tot meegaan in de dreiging. Net zoals erkenning
en begrip van de emotie bij onszelf (wat doet het met je als iemand dreigt, de meeste mensen worden daar bang van) nog niet hoeven te leiden tot meegaan in de dreiging.
Het gaat nog steeds over twee volwassenen, die beiden verantwoordelijk zijn voor en recht hebben op hun eigen keuzes en hun eigen pijn. Iemand mag dreigen, dat is zijn of haar vrijheid. Een ander hoeft daar niets mee te doen. Dat is ook vrijheid. Het gevolg kan zijn dat deze persoon inderdaad de kerk verlaat en misschien nog een aantal anderen meeneemt. Zouden we met dit gevolg willen leven? Zo ja, wat betekent dat? Of zo niet, welke gevolgen heeft dat? Wie verliezen we dan misschien en willen we dat risico wel lopen? Door onszelf van tevoren deze vragen te stellen, behouden we onze vrijheid om keuzes te maken en gebruiken we onze angst om bewust afwegingen te kunnen maken en de gevolgen onder ogen te zien.

Liefde

Het leven met gevolgen vraagt om liefde voor onszelf. Heftige emoties bij anderen kosten vaak energie. Tijd voor ontspanning is dus belangrijk en in tijden van onrust nog meer dan anders. Liefde en genade voor onszelf is ook het erkennen van onze eigen angst en ons gebrek aan controle. We hebben veel minder invloed dan we vaak willen. We kunnen veel minder verdriet en pijn voorkomen dan we graag denken. Maar we hoeven de wereld ook niet te redden als we vertrouwen dat er een goede God is die voor ons en anderen zorgt. Het gaat er niet om dat we elkaar vertellen hoe we weer controle kunnen krijgen en zelfs niet hoe we meer vertrouwen in God kunnen krijgen. Het gaat er vooral om dat we elkaar eraan herinneren wie die God is. Alles is al volbracht, de druk is eraf en daarom mogen we in ontspanning en met humor leven.
We mogen toegeven aan onze angsten en ons verstoppen voor de wereld of extreem gecontroleerd alle feitjes op een rij zetten. We zijn vrij om te falen in vertrouwen op God en in paniek ons heil te zoeken bij ver doorgevoerde maatregelen. We mogen ook in opstand komen tegen welke maatregel dan ook of boos worden op hen die zich er niet aan houden. God laat ons niet los. We kunnen niet buiten zijn allesomvattende werkelijkheid leven. Daarom kunnen we een beetje achteroverleunen, luisteren, creatief zijn en keuzes maken. Als we falen, beginnen we opnieuw, iedere dag opnieuw. Nu is er
corona, straks komt er een ander virus, een economische crisis, een digitale gijzeling of wat dan ook. God verandert nooit, Hij is met ons en zal ons nooit alleen laten. En op een dag komt Jezus terug en zal er geen ruimte en reden meer zijn voor angst (1 Joh 4:18). Onder iedere angst zit een verlangen. Het verlangen om veilig te zijn. Als we elkaar kunnen vinden in dat gezamenlijke verlangen, kunnen we ook zoeken naar de invulling daarvan. In het besef dat we niets kunnen toevoegen aan of afbreken van Gods liefde voor ons.

Marieke Meijer is psycholoog en heeft een eigen praktijk. Ze schreef drie boeken op het snijvlak van psychologie en geloof:
Vrij van moeten, Vrij en moedig leven met God, Omgaan met relatiestress. Meer informatie is te vinden op mariekemeijer.org.

Dit artikel is gepubliceerd in Dienst 3|2020

Bestellen? Klik hier.