Pastoraal
Freddy Gerkema
Waar is God als we lijden? Hoe vinden we zijn licht als het donker blijft? In het bijbelboek Psalmen roepen mensen naar God als ze Hem zoeken in hun verdriet, of getuigen van zijn troost en nabijheid. Is er een plek om Hem te ontmoeten? De Roemeense kunstenaar Liviu Mocan beeldde de tien geboden uit als een cirkel van tien pilaren met een hoogte van 4,5 meter. Hij suggereert daarmee dat de decaloog iets heeft van een beschutte plek, met alle ruimte voor gesprek en ontmoeting met God en mensen. Ik denk dat je met de Psalmen ook zoiets zou kunnen doen, waarbij elke Psalm wel iets kan krijgen van een (pastorale) ruimte, waarin je het leven kunt delen met anderen – en dat onder een open hemel!
Wie het Psalmboek doorbladert ziet snel dat de liederen sterk van elkaar verschillen. Dat zit al in de vorm zoals de lengte, het refreinachtige of het alfabetische. Maar ook inhoudelijk zijn de verschillen groot: vreugde, verdriet, angst, vertwijfeling, woede, rotsvast vertrouwen, innige toewijding en nog veel meer kom je tegen in deze bundel van 150 liederen. Soms hoor je een eenling, terwijl je op andere momenten samen bent met pelgrims en tempelgangers. Verrassend vaak krijg je zelfs alle volken en heel de aarde in beeld.
Gaan de harten omhoog, dan wordt God bezongen als schepper, koning, herder, vader en strijder. Soms als een dreigend tegenover en dan weer als de meest Nabije. In die veelheid zijn er vast Psalmen waarin je als mens thuis kunt komen en die ook zomaar de ruimte kunnen bieden voor een gesprek in een pastorale setting.
Processen
Hoe kan soms een enkel zinnetje al oplichten! Neem Psalm 103, het begint en eindigt met de aansporing: ‘Loof de Heer, mijn ziel.’ Daar hoor je iemand die niet een ander, maar zichzelf aanspreekt. Misschien omdat het richting God wel eens bruisender is geweest. Of ingewikkeld is geworden – zoals in Psalm 42-43, ‘Wat buig je je neer mijn ziel, hoop op God’. Je komt in die ene regel dus zomaar dicht bij iemand, die veel heeft meegemaakt en misschien nog wel veel verwerken krijgt. Met allerlei processen die zich aan de binnenkant van de ander afspelen. Vandaag niet wezenlijk anders dan toen.
Je merkt ook in dit ene regeltje van Psalm 103 dat je als gelovige zelf stappen moet zetten. En keuzes maken: ‘Wat voed je, je geloof of je ongeloof?’, hoorde ik eens zeggen. Is het een idee om iemand in de aanloop naar een pastoraal gesprek te vragen om samen geloof en leven te spiegelen in zo’n psalmregeltje?
Je krijgt al lezend in de Psalmen geregeld het gevoel dat het in het dagelijks leven vaker tegenzit dan dat het meezit. Herkenbaar ook in pastorale contacten. Maar wat is het vaak lastig om daarover in gesprek te komen! Wat is er, ook in de kerk, op dit punt veel eenzaamheid. Dat mensen nauwelijks met anderen durven te delen waar ze echt mee zitten, soms ook schuw geworden door eerdere, weinig fijngevoelige reacties.
Zal zo iemand durven zeggen dat God in zo’n moeizame fase zo ver weg lijkt? Terwijl je wel een Psalm hebt met een diepe schreeuw naar God: ‘Mijn God mijn God, waarom hebt U me verlaten’ (Ps. 22). Als een bede van duizenden gelovigen, die Jezus zich eigen maakte! Alle reden om in het pastoraat wel de diepere lagen te zoeken. Bijvoorbeeld aan de hand van een concrete Psalm, waarin de ander veel van eigen moeite herkent.
Aanknopingspunten
Uitnodigend is dat de Psalmen het niet zo concreet invullen als het gaat om tegenstanders, ziekte, zonde, ongerechtigheid en meer. Dat geeft ruimte om je eigen moeite met zo’n lied te verbinden. Veel ruimte zelfs, als je denkt aan liederen waarin je aanloopt tegen bittere gekwetstheid en wraakgevoelens. Zoals in de liefelijke Psalm 139 met zijn bijtende regels: ‘Zou ik niet haten wie U haten (…) ik haat hen zo fel als ik haten kan.’ Wat hebben de Psalmen een groot bereik, dat ze je weten te vinden in je meest weerbarstige gevoelens rond onrecht en schuld! Als een eerste stap richting Jezus en de Bergrede, denk ik er dan maar bij. En in het krachtveld van de Geest, al eerder voelbaar in deze 139e Psalm. Aanknopingspunten genoeg voor een gesprek met de ander over de diepere lagen in het leven hier en nu.
Ruimte voor de klacht
‘Wat duurt het lang’ is ook zo’n gevoel dat je kan bekruipen als het gaat om het Koninkrijk van God. In de Psalmen hoor je dat terug in een vraag als: ‘Hoe lang nog, Heer?’ (Psalm 13). Of je denkt aan eind van een Psalm: is er gaandeweg het lied nou werkelijk iets ten goede veranderd (Psalm 40)? Een vraag die in een refreinlied al meekomt in de vorm (Ps. 42-43).
Onrecht, gemis en verdriet zijn niet zomaar weg en opgelost. Het kan door de tijd heen zelfs intenser zijn dan in eerdere fases. Voel je dat er in de Psalmen ruimte is voor verdriet en klacht? God neemt daar blijkbaar de tijd voor, zo is de sfeer van de Psalmen. Mooi om daarin medewerker van God te zijn. En dat niet voor even!
Juist bij zulke vragen als ‘hoe lang nog?’ is het bijzonder dat in de Psalmen geregeld een perspectief van tijd en eeuwigheid oplicht. Zoals in de bedevaartsliederen met hun ‘leven tot in eeuwigheid’ (Ps. 121,131,133) – als een niet te vatten slotakkoord vol van intieme nabijheid van de Eeuwige en liefde die geen tijd meer kent. Het zal niet losstaan van de witregels in de Psalmen, waar je van het ene moment op het andere een keer ten goede krijgt (Ps. 22:22).
Bijzonder als dat perspectief iets van een bedding kan zijn in een pastoraal gesprek! Niet opgelegd, omdat dat gezegd of gebeden zou moeten worden. Maar zoals de aarde die vanzelf vrucht voortbrengt (Mar. 4:28).
Keuzes
Wat je in ook merkt in de Psalmen is dat je in het leven met God en mensen voor heilzame keuzes komt te staan. Het zou in een pastoraal gesprek ook zomaar die kant kunnen uitgaan. Met vragen als: ben je in je leven echt op weg naar God en hoe werkt dat door dat in de contacten met mensen die je weg kruisen (Ps. 15, 146:7-9).
Want ongeacht de omstandigheden, waarin je verkeert – voorspoed (Ps. 128) of zwaar weer (Ps. 129) – de Psalmen hebben altijd iets van ‘Zoek het Koninkrijk!’ Zonder keuzes gaat het in het leven met God en de naaste nooit. Wat goed dat je je daar met deze liederen naar toe kunt zingen! En dat gelukkig niet zonder begeleiding (Ps. 143:10).
Bijzonder ter overweging in het pastorale zijn de rustpunten in de Psalmen. Vruchtbaar om het vanuit zo’n lied eens te hebben over rust in eigen leven. Waarbij het soms misschien iets van schuilen kan hebben, zoals in Psalm 91: ‘Wie in de beschutting van de Allerhoogste woont…’ Maar een fijne afronding van een gezamenlijk gemeentelijk project kent ook zijn rust (Psalm 122). Of neem een lied als Psalm 23, met zoveel leiding en nabijheid en van alle zijden rust, dat je zomaar aan het coachend werk van de Geest zou kunnen denken. Rustplekken zijn er in soorten en maten. Maar lukt het om ze samen te vinden?
Zing!
Bemoedigend om in de Psalmen te merken dat je niet de enige bent, die zijn eeuwige weg zoekt in het alledaagse leven. Psalmzingend kom je ze tegen: de compagnons in geloof, mensen uit één stuk en leden van hetzelfde huis. Soms als praktisch helper in alle gedoe of iemand met een luisterend oor. Of nog een ander die met je bidt of een lied met je zingt.
Dat laatste is mooi om te doen, ook anno 2026. En wat heb je veel vormen: berijmd of als ‘Psalm voor nu’, als Selalied, een chant of gezongen door de Sons of Korah. Soms is een fragment al genoeg – denk maar aan een Taizélied of een paar regels uit een Opwekkingslied. Of je leest hem gewoon uit de Bijbel. En laat dat maar eens doorlopen in een gesprek van hart tot hart. Altijd, maar zeker ook in de sfeer van het pastoraat.
Freddy Gerkema werkte als predikant in de NGK van Bilthoven, Groningen en Amersfoort en is sinds september 2020 met pensioen
Dit artikel is verschenen in Dienst #3 van 2026.