De kerk is niet racistisch?!

geplaatst in: Uitgelicht | 0

Over discriminatie en de rol van de kerk

‘Uitsluiting of het anders behandelen van mensen op basis van huidskleur of afkomst.’ De definitie van racisme is snel op te stellen. Maar de vraag welke rol de kerk hierin speelt en daarmee de vraag welke rol je er zelf in hebt, die is veel lastiger te beantwoorden… Gespreksleider Derk Jan Poel probeert hier samen met Klaas Harink (Verre Naasten) en Don Ceder (ChristenUnie) en een antwoord op te vinden.

Don: “We hebben allemaal te maken met beeldvorming en vooroordelen. Laten we niet vergeten dat racisme veel breder is dan het verschil tussen zwart en wit. Hoewel racisme tegen zwarte mensen natuurlijk tot op heden nog diepe wonden slaat en daarom een centrale plek in de discussie heeft. Maar overal waar mensen zichzelf als een groep zien ten opzichte van een andere groep, zal racisme of uitsluiting op de loer liggen. Ik ervaar het bij mezelf ook. Soms heb ik te snel een opvatting over anderen en, misschien onbewust, ben ik geneigd om afwegingen te maken die eigenlijk niet deugen. Vaak zijn die afwegingen afkomstig uit een denkkader dat gebaseerd is op uitsluiting.”

Omgekeerde discriminatie?

Klaas betrapt zichzelf soms op zo’n zelfde houding. Het zit hem dan in die ene blik, of die ene vraag. Dat er ook een omgekeerde vorm van discriminatie bestaat, ervaart hij tijdens zijn jaren in Congo en Suriname. Daar ziet hij dat racisme niet alleen iets is tussen zwarte en witte mensen; het komt voor in allerlei groepen van welke kleur dan ook. “Omdat Congo een anti-Belgische houding had, was ik blij dat ik een Nederlander was.”
Toch is er volgens Klaas een wezenlijk verschil tussen discriminatie en omgekeerde discriminatie. “Wanneer je niet gelijkwaardig behandeld wordt, maakt het een groot verschil of je in een sterke of juist in een kwetsbare positie zit. Ik had bijvoorbeeld geld, een auto en kon weer vertrekken als ik daar zin in had. Maar wanneer je aan de arme, verkeerde kant staat, komt discriminatie des te harder aan. De pijn die ik af en toe voel, staat in geen verhouding tot hoe bijvoorbeeld een Afrikaan zich voelt.”
Of er sprake is van omgekeerde discriminatie hangt af van waar je woont en in welke positie je verkeert. Die kan per samenleving anders zijn, waardoor de dynamiek anders is. In welk opzicht dan ook, bij discriminatie gaat het niet per se om zwart of wit. “Het is een ‘mensenprobleem’ dat zich afspeelt op het niveau van het hart. Elkaar niet als gelijke zien, overstijgt de huidskleurenkwestie”, aldus Don.

Nederland is geen racistisch land…

Wanneer je kijkt naar de kansen op het gebied van onderwijs, woningmarkt of werkgelegenheid, zou je kunnen stellen dat er in Nederland sprake is van institutioneel racisme. Er bestaat ongelijkheid, daar kun je niet omheen. Toch wil Don Nederland niet als racistisch land bestempelen. Wel vindt hij dat er te vaak racistisch wordt gehandeld en dat eraandacht voor deze ongelijkheid moet komen. “Het heeft vaak met vooroordelen te maken en die zijn de mens eigen. Als je daar niet scherp op bent, maak je al snel onderscheid.” Toch vindt Don ook dat racisme een ‘grijs gebied’ kent; kleine ondernemers blijven wat hem betreft vrij in hun keuze wie ze aannemen bij een sollicitatieprocedure. Maar dat leidt soms tot ingewikkelde vragen. “Neem als voorbeeld een Chinese toko in een wijk; daar worden vaak mensen met een Chinese achtergrond aangenomen. Op zichzelf hoeft dat uiteraard geen racisme te zijn. Maar wanneer wordt het weigeren van sollicitanten met een andere achtergrond wel racisme? Dat zijn wat mij betreft interessante vragen.”

Diversiteit is verrijkend

Hoe dan om te gaan met vooroordelen? Dat is nog niet zo gemakkelijk. Ieder mens denkt vanuit zijn eigen blikveld. Daarin zitten altijd blinde vlekken. Het is al een groot pluspunt wanneer je dit erkent bij jezelf en het zou je er zelfs toe kunnen aanzetten om juist iemand met een andere achtergrond, een ander blikveld, bij je kerk of organisatie te betrekken. Je blikveld verruimt zich daardoor, je gaat anders kijken. De diversiteit voegt een extra dimensie toe en is een verrijking.
Klaas: “Ik zie een organisatie als organisme. Kijk naar het Amazonegebied: doordat het zo divers is, is het ontzettend sterk. Vergelijk dat eens met de oliepalmplantage. Het eerste het beste wormpje helpt het hele bos naar z’n mallemoer. Dat diversiteit bedrijven veel kan brengen is mooi, maar het schuurt tegelijkertijd. De wereld is niet volmaakt. Het is dan ook verdraaid moeilijk om met elkaar iets te creëren wanneer je in uitgangspunten en denken zo totaal van elkaar verschilt.”

Ons westerse systeem is zondig

Don geeft aan dat het debat over de noodzaak van diversiteit moeizaam is. Toch vindt hij dat je daarin je verantwoordelijkheid niet mag ontlopen. Mensen zouden zich vertegenwoordigd moeten voelen in alle lagen van de bevolking (diversiteit). De verantwoordelijkheid die ieder mens daarbij heeft, zit volgens Don in het nadenken over wat diversiteit betekent als het bijvoorbeeld gaat om achtergrond, handicaps, regio enzovoorts. Maar… wanneer je niet echt gemotiveerd bent om in een diverse omgeving te werken, zul je sneller afhaken.
Klaas vult aan: “Diversiteit binnen je organisatie is niet makkelijk, maar juist verdraaid lastig. Andere culturen hebben andere gewoontes en praktijken. Wij denken vaak dat onze manier beter zou zijn; ons westerse systeem heeft ‘gewonnen’. Het westerse denken, kapitalisme, spaargedrag en onze opleidingen; het past ons Europeanen als een jas. Over de rug van anderen, dat verdient niet de schoonheidsprijs. Dat ik het systeem doorgrond en dat het desondanks zelfs ‘lekker’ voelt, daar schaam ik mij weleens voor. Ik ben er medeverantwoordelijk voor dat dit systeem in stand blijft. Dat het voor andere mensen als een fuik werkt, waarbij mensen gevangen blijven in onrecht en ongelijkheid, dat is voor mij een zonde waar ik vergeving voor wil vragen.”

De kerk draagt extra verantwoordelijkheid

Don mist het geluid van de kerk binnen het debat. “De hedendaagse kerk zou midden in de discussie moeten staan, expliciet antiracistisch moeten zijn. Pak dit proactief op.” Daarbij haalt hij Martin Luther King als voorbeeld aan, die niet alleen als dominee maar ook als burgerrechtenactivist de bevrijdende boodschap van Christus verkondigde. “Als kerk ben je missionair en je uitspreken tegen racisme is bij uitstek een taak voor de kerk. Dat je naast de boodschap naar buiten ook binnen de kerkmuren nieuwe gemeenschappen vormt, ondanks verschillende achtergronden, geeft aan de buitenwereld een belangrijke boodschap af: we kunnen elkaar vinden in Christus!”
Don vraagt de kerk om zich vooral uit te spreken. “Dat een kerk wat betreft een politieke partij neutraal is, is prima. Maar neutraal zijn tegen onrecht vind ik ingewikkelder. Benoem het: wat krom is, is krom. De kerk is het zout der aarde, geroepen om te beïnvloeden. Willen we een relevante hedendaagse kerk zijn, dan zullen we met relevante antwoorden moeten komen op vragen die de moderne mens bezighouden.”

Mis Gods grootheid niet!

Dat niet iedereen zich op zondag thuis zal voelen in een swingende Ghanese kerk, daar kan Klaas zich wel iets bij voorstellen. Dat hoeft voor hem ook niet. “Maar”, zegt Don, “je mag je best eens afvragen waarom jouw kerk zo’n homogene groep is. Komt dit door een kokervisie, is er een blinde vlek? Wanneer je als kerkenraad, of bestuur, jezelf nooit die vraag stelt, je niet openstelt voor andere mensen, dan komen ze ook niet. Daarmee kun je iets missen van Gods grootheid en belemmer je jezelf in het krijgen van een breder beeld van Hem.”
Op de vraag hoe je dan die verbinding zoekt binnen kerken, zegt Klaas: “Wij, als Verre Naasten, zouden daar best wat in willen betekenen”. Zijn tip is om elkaar op te zoeken, een ‘missietrip’ te organiseren. Dat kan al door contact te zoeken met een kerk in je eigen woonplaats, die toch zo anders is dan de jouwe. Volgens hem kan dat alleen op basis van gelijkwaardigheid. “Dan kun je”, aldus Don, “werkelijk de kerkelijke barrières doorbreken en daarmee een positieve bijdrage leveren aan een meer gelijkwaardige samenleving.”

Dit gesprek is online gevoerd onder leiding van Derk Jan Poel van het Diaconaal Steunpunt. De tekst is uitgewerkt door Ruth de Jong, freelance fotograaf en tekstschrijver. Zij werkt onder meer voor Verre Naasten en het CBMC (missionaire beweging van en voor ondernemers en zakenmensen in Nederland).

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.